De grote wijzer

Wat is er aan de hand?

De tien nieuwe landen die bij de Europese Unie zijn gekomen, liggen allemaal in het midden en in het oosten van Europa. Daarom worden de landen ook wel MOE-landen genoemd: Midden- en Oost- Europese landen. De landen zijn Estland, Letland, Litouwen, Polen, Tsjechië, Slowakije, Slovenië, Hongarije, Cyprus en Malta. Bij de Europese Unie horen nu 25 landen. Binnen de Europese Unie werken de landen met elkaar samen. Er zijn regels en afspraken over het milieu, over veiligheid en over handel. Samen kunnen de landen meer bereiken dan allemaal apart.


Er zijn nu 25 landen lid van de Europese Unie.

Arme landen

Nog niet eerder werden zoveel landen op hetzelfde moment lid van de Unie. Alle nieuwe landen zijn minder rijk dan de rest van de EU. Alleen Slovenië is redelijk welvarend. Landen binnen de Europese Unie moeten elkaar helpen, dat is zo afgesproken. Arme landen krijgen daarom meer geld dan rijke landen. Ierland, Griekenland, Spanje en Portugal waren ook arm toen ze toetraden. Met geld van de Europese Unie kregen ze het beter. Tot nu toe had de EU geld genoeg en gelukkig werden Ierland, Griekenland, Spanje en Portugal niet tegelijk lid. Maar nu komen er ineens tien arme landen tegelijk bij. Dat kost veel geld en dat geld is er niet meer. De Europese Unie moet zelf bezuinigen.


Mensen in de EU kunnen makkelijk van het ene naar het andere land reizen.

Handel en werk
De landen van de Europese Unie kunnen spullen en goederen vrij aan elkaar verkopen, dus zonder extra belastingen. De nieuwe landen kunnen dat nu ook. Maar ze zijn bang dat ze niet tegen de bedrijven in de oude lidstaten kunnen opboksen. Zodat ze hun producten niet meer kunnen verkopen. Iets anders is dat de mensen in de nieuwe landen veel minder betaald krijgen. Fabrieken en bedrijven verhuizen daarom soms van de oude lidstaten naar een land als Polen. Ze kunnen daar goedkope arbeiders in dienst nemen. Zo worden hun producten goedkoper. Poolse fabrikanten hebben het daardoor moeilijk. Zij kunnen hun product niet goedkoper maken.
In de oude lidstaten zijn de werknemers ook ongerust. Ze zijn bang dat hun banen ingenomen gaan worden door goedkopere werknemers uit de nieuwe landen. Want die mogen nu overal in de Europese Unie gaan werken. En zij verdienen overal meer dan in hun eigen arme land, dus willen ze graag in het buitenland werken.


De nieuwe arme landen die erbij komen, hopen dat het in hun land beter wordt.

Hoe zit dat?

Lessuggesties

Kopieerblad